Letselschade specialist

Voor een goed advies over aansprakelijkheid en begeleiding bij het verhalen van de letselschade kunt u terecht bij een Register Expert Personenschade of een Letselschade Advocaat. 

De Register Expert Personenschade:

De Register Expert Personenschade is, zoals de naam al doet vermoeden, een expert op gebied van personenschade (letselschade).

De specialistische opleiding die de expert heeft moeten volgen is gericht op alle zaken die na een ongeval aan de orde kunnen zijn. Van de expert wordt verwacht dat hij/ zij kennis heeft over juridische zaken zoals aansprakelijkheid, medische zaken, financiën, uitkeringen, voorzieningen (Wmo en AWBZ), verzekeringen en zaken zoals arbeidsongeschiktheid en re-integratie.

Na het afronden van de opleiding moet een expert eerst veel praktijk ervaring opdoen voordat de expert de titel Register Expert kan behalen. De eis is dat de expert minimaal 5 aaneengesloten jaren fulltime als expert werkzaam moet zijn.

De hoge kwaliteit van dienstverlening en de deskundigheid van schade experts wordt bewaakt door Het Nederlands Instituut Van Register Experts, NIVRE.

Het NIVRE is het instituut dat de kwaliteit waarborgt van alle Register Experts. Niet allen op het gebied van letselschade, maar ook voor de experts op het gebied van brandschade, motorvoertuigen, scheepsvaart, groot materieel etc.

Het NIVRE hanteert een Register. Hierin vindt u de letselschade specialisten die voldoen aan de hoge kwaliteitseisen van het NIVRE.De titel Register Expert is beschermd. De titel wordt als afkorting “ ,re “ achter de naam van de persoon gevoerd.

Aan de ingeschreven specialisten is een verplichting tot Permanente Educatie opgelegd. Ieder jaar moeten de experts aan bijscholing doen. Mede daardoor waarborgt het NIVRE dat de ingeschreven experts te allen tijde voldoen aan de hoge eisen van vakbekwaamheid.  Op de site van het NIVRE kunt u nog meer informatie lezen over de Register Expert en het NIVRE. 

De letselschadeadvocaat (LSA)

Een LSA-advocaat is een advocaat die lid is van de Vereniging van Letselschade Advocaten ‘LSA’.

Een advocaat wordt alleen tot deze vereniging toegelaten wanneer voldaan is aan een aantal strenge eisen. Hij/zij moet minimaal 5 jaar werkzaam zijn als advocaat en beschikken over een ruime ervaring op het gebied van letselschade en overlijdensschade. Daarnaast moet de advocaat ook nog met succes de Grotiusopleiding Personenschade hebben afgerond. 

LSA-Advocaten zijn verplicht om door middel van Permanante Educatie hun kennis bij te houden.

Onderzoek

In sommige situaties komt het voor dat een tegenpartij (diens verzekeraar) niet direct aansprakelijkheid erkent, maar meer informatie wil hebben om de situatie te kunnen beoordelen.

Wanneer men aangeeft nader onderzoek te willen doen of meer informatie te willen ontvangen over een bepaalde situatie, dan zal men daar ook actief mee bezig moeten gaan!

Het opvragen van een politierapport of proces verbaal kan erg lang duren. Om het onderzoek wat sneller te laten verlopen kan een verzekeraar een buitendienst medewerker inschakelen of een (register) expert om bijvoorbeeld getuigen te gaan horen of om op de plaats van het ongeval onderzoek te gaan doen.

Des te ernstiger de gevolgen van een ongeval zijn, des te belangrijker het is om snel en voortvarend te handelen.

Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL)

In 2006 heeft de Universiteit van Tilburg (centrum voor aansprakelijkheidsrecht) samen met de belangrijkste organisaties van slachtoffers, verzekeraars, advocaten en medische deskundigen en organisaties zoals de Consumentenbond en de ANWB een Gedragscode ontwikkeld om de schaderegeling bij letselschade soepeler en sneller te laten verlopen.

De Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) is een richtlijn die uit 20 belangrijke punten bestaat. Dit worden beginselen genoemd. In de Gedragscode worden richtlijnen genoemd hoe partijen met elkaar om behoren te gaan.

De Gedragscode stelt het slachtoffer centraal en moet leiden tot een voortvarende afhandeling van letselschadeclaims binnen 2 jaar.

Partijen die de Gedragscode hebben ondertekend worden opgenomen in het Register van de Letselschade Raad. Via onderstaande link kunt u het register bekijken en zien welke partijen volgens de Gedragscode werken.

Onderstaand treft u de 20 beginselen van de Gedragscode aan.

Beginsel 1: De kernwaarden voor de schadebehandeling zijn: slachtoffer centraal, respectvol met elkaar omgaan, inzichtelijkheid, vertrouwen creëren en versterken, overleg in harmonie, een goed tempo, problemen samen oplossen en elkaar op het goede spoor houden.

Beginsel 2: Alle betrokken personen zijn zich bewust van het belang van een positief verlopend contact en zetten zich daarvoor in. Het contact biedt het slachtoffer waarborgen.

Beginsel 3: Partijen voeren constructief overleg. Een goed bruikbare werkwijze is (een vorm van) probleemoplossend onderhandelen.

Beginsel 4: De schadebehandeling is mede gericht op de toekomst. Voorop staan passende oplossingen voor het slachtoffer in zijn persoonlijke- en werkomgeving.

Beginsel 5: Ieder onderdeel in de schadebehandeling wordt voortvarend afgerond en iedere stap wordt vlot gezet. Partijen streven naar afronding van de schadebehandeling binnen 2 jaar na het ongeval. Halen zij deze termijn niet, dan evalueren zij jaarlijks en nemen zij passende maatregelen.

Beginsel 6: Tijdens het eerste contact met het slachtoffer draait het om erkenning, luisteren en zorg. Er worden geen afspraken gemaakt die het slachtoffer binden.

Beginsel 7: De schadebehandeling gebeurt gepland en onderling afgestemd. Een behandelplan letselschade is daarbij een hulpmiddel.

Beginsel 8: Partijen beoordelen kritisch welke informatie echt nodig is. Zij verdelen de taken bij het verzamelen van informatie. Informatie-uitwisseling blijft gescheiden van overleg over de gevolgen daarvan.

Beginsel 9: De verzekeraar is terughoudend bij het vragen van gegevens over de gezondheid en persoonlijke situatie van het slachtoffer. Hij is voorzichtig en respectvol bij de interpretatie van die gegevens. Per 1 januari 2012 is dit beginsel komen te vervallen en vervangen door de Medische Paragraaf.

Beginsel 10: Partijen zorgen dat snel duidelijkheid komt over de aansprakelijkheid. Bij afwijzing krijgt het slachtoffer een respectvolle en begrijpelijke motivering.

Beginsel 11: Als de verzekeraar aansprakelijkheid aanvaardt, geeft hij voorschotten en keert hij de onbetwiste delen van vergoedingen uit.

Beginsel 12: Als een medisch traject nodig is, beperken partijen de belasting daarvan voor het slachtoffer. Zij streven naar tempo, objectiviteit en dialoog. Per 1 januari 2012 is dit beginsel komen te vervallen en vervangen door de Medische Paragraaf.

Beginsel 13: Nadat voldoende informatie is uitgewisseld en het letsel stabiel is, overleggen partijen in persoon en streven zij naar een eindresultaat op hoofdlijnen.

Beginsel 14: Als omstandigheden moeilijk objectief vaststelbaar zijn, bespreken partijen wat zou kunnen gebeuren (scenario’s). Zij kijken hoe waarschijnlijk ieder scenario is. Naar rato daarvan bepalen zij de vergoeding.

Beginsel 15: Als het overleg vastloopt, bespreken partijen wat er aan de hand is en zoeken zij een basis om hun overleg te hervatten. Zij vermijden escalatie.

Beginsel 16: Leidt het overleg niet tot resultaat, dan schakelen partijen aan de hand van een "conflictdiagnose" een geschikte neutrale persoon in. Zij doen dat zoveel mogelijk in overleg.

Beginsel 17: Geschiloplossing gebeurt constructief, op basis van het behandelplan, gericht op de gerezen impasse, binnen een korte termijn en tegen voorspelbare kosten.

Beginsel 18: Partijen beheersen de financiële en de emotionele lasten. Discussies over vergoeding van buitengerechtelijke kosten hebben geen invloed op de schadebehandeling en worden snel en efficiënt beslecht.

Beginsel 19: Partijen beschouwen deze gedragscode als een handleiding. Zij stimuleren elkaar en andere betrokkenen om volgens de kernwaarden, beginselen en goede praktijken te werken. Zij doen suggesties voor verbeteringen en aanvullingen aan de Permanente Organisatie.

Beginsel 20: Een Permanente Organisatie ziet toe op een goede schadebehandeling.
De werking van deze gedragscode wordt regelmatig geëvalueerd. De code wordt steeds aangevuld. Slachtofferorganisaties en de branche worden daarbij betrokken.

Klik op de onderstaande link voor de brochure met de volledige tekst van de GBL:

Brochure Gedragscode Behandeling Letselschade.

Aansprakelijkheid

Het wetsartikel dat gaat over aansprakelijkheid voor een onrechtmatige daad is artikel 162 uit boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Tekst artikel 6:162BW

  1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
  2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
  3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Om schadevergoeding te kunnen vorderen moet iemand aansprakelijk kunnen worden gesteld. Voordat van aansprakelijkheid gesproken kan worden moet aan meerdere criteria worden voldaan.

In het wetsartikel wordt gesteld dat er sprake moet zijn van een onrechtmatige daad. 

Wat is een onrechtmatige daad?

Wanneer men dingen doet die in strijd met de rechten en plichten die in de Wet zijn vastgelegd  of een of meerdere van deze rechten of plichten door een persoon of bedrijf wordt geschonden of niet wordt nagekomen, dan spreken we van een inbreuk op een recht of een doen of nalaten (iets niet doen) in strijd met een recht.  Dat is een onrechtmatige daad.

Soms gebeurd er iets dat niemand kon voorzien of voorkomen. In de situatie van overmacht of noodweer is er sprake van een rechtvaardigingsgrond. Dan is er geen sprake van een onrechtmatige daad. 

Om van aansprakelijkheid te kunnen spreken moet hetgeen fout ging ook aan de veroorzaker van het ongeval kunnen worden toegerekend. De vereiste van toerekenbaarheid.

Wanneer er sprake is van een inbreuk op een recht of een doen of nalaten in strijd met een recht is toerekenbaarheid meestal snel duidelijk. Vaak valt een onrechtmatige gedraging onder meerdere categorieën. Wie bijvoorbeeld geen voorrang verleent, maakt niet alleen een inbreuk op een recht (het recht op op voorrang), maar handelt ook in strijd met een wettelijke plicht (de plicht voorrang te verlenen).

Er zijn wetsartikelen waarin is bepaald dat iemand in de volgens dat wetsartikel omschreven situatie aansprakelijk is voor schade die vanuit die situatie kan ontstaan. Bijvoorbeeld voor de bezitter van een dier. Dit wordt risicoaansprakelijkheid genoemd, hetgeen snel tot toerekening kan lijden. In de rubriek "het recht op schadevergoeding" kunt u hier meer over lezen.

Naast de wettelijk vastgelegde plichten zijn er situaties denkbaar waarin van iemand mag worden verwacht dat hij/ zij voorzichtig is, zodat anderen geen gevaar lopen. Wanneer iemand zijn maatschappelijke verplichting “om dingen goed te organiseren” niet nakomt kan dat ook als nalaten worden gezien.

Wanneer is er sprake van onzorgvuldig handelen?

Aan de hand van de onderstaande vragen kan goed beoordeeld worden of er in een situatie voldoende veilig is gehandeld. 

  1. - Hoe waarschijnlijk is het dat iemand het gevaar niet opmerkt?
  2. - Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan
  3. - Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn??
  4. - Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen? 

De fout moet tot schade hebben geleid. Als er geen schade is ontstaan, kan er ook geen aansprakelijkheid zijn. Het is voor aansprakelijkheid ook een vereiste dat de schade het gevolg moet zijn van hetgeen fout ging. Dit wordt causaal verband genoemd. Er moet gesteld kunnen worden dat de schade zonder de fout  (de onrechtmatige daad) niet was ontstaan. 

Om iemand aansprakelijk te kunnen stellen moet er sprake zijn van de situatie dat de veroorzaker een Wet of regel heeft overtreden of iets nagelaten dat juist tot doel had het ontstaan van schade te voorkomen. Dit wordt de relativiteitsvereiste genoemd. 

Verzekeraars en letselschade

Verzekeraars zijn verplicht om actief schade te regelen. Zeker in de situatie met letselschade. Dat betekent dat men na een ongeval actie moet ondernemen richting een slachtoffer om de letselschade te gaan vergoeden.

Wanneer u laat weten dat u of een passagier letsel of een blessure hebt opgelopen (bijvoorbeeld door op het aanrijdingsformulier te vermelden dat er gewonden zijn) dan zal een schadebehandelaar van de verzekeraar contact met u moeten opnemen.

Het is niet de bedoeling dat de medewerker van de verzekeraar zo snel als mogelijk “een deal met u sluit”. Zo’n eerste contact is bedoeld om over en weer wat informatie te verstrekken en gegevens uit te wisselen.

Bij het eerste contact kan bijvoorbeeld besproken worden op welke wijze de verzekeraar de schaderegeling zal gaan verzorgen. Bij het eerste contact kunt u informatie verstrekken over kosten die inmiddels zijn ontstaan, of de hulp die nodig is.

Voor de volledigheid wijzen wij u erop dat een verzekeraar en een slachtoffer verschillende belangen hebben. Een goed contact is prettig en belangrijk, maar het vaststellen van letselschade is een zakelijke aangelegenheid. Bij schade gaat het immers over financiële gevolgen.

Vanwege de verschillende belangen is er ter bescherming van de rechten van een slachtoffer in de Wet bepaald dat een slachtoffer zich op kosten van de aansprakelijke partij bij de schaderegeling door een deskundige kan laten begeleiden. Dit is bepaald in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek. Bij het eerste contact is een verzekeraar verplicht u (het slachtoffer) op dit recht te wijzen.

Wanneer een belangenbehartiger is ingeschakeld kan de verzekeraar met u en uw belangenbehartiger samen tot een goede regeling van de letselschade komen.


Klachten over de verzekeraar:

Bent u niet tevreden over de wijze waarop de verzekeraar of het door de verzekeraar ingeschakelde bureau uw zaak behandelt? Wellicht kan er iets aan de situatie veranderd worden. Met klachten kunt u zich richten tot de directie van de desbetreffende verzekeraar.

Elke verzekeraar heeft een interne klachtenprocedure. Uw klacht dient op objectieve wijze te worden behandelt. Mocht de klachtenprocedure voor u niet tot een bevredigende oplossing leiden, dan kunt u zich wenden tot: 

Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD)
Postbus 93257
2509 AG Den Haag
Tel. 0900-3552248 (€ 0,10 per minuut) 

Het KiFiD is  hét klachteninstituut voor conflicten tussen consumenten en financiële dienstverleners. Behalve verzekeraars worden hieronder bijvoorbeeld ook verstaan: banken, tussenpersonen, aanbieders van kredieten, aanbieders van beleggingsproducten en aanbieders van hypotheken.

Uw klacht zal bij het KiFiD worden voorgelegd aan de onafhankelijke ombudsman. De ombudsman zal via bemiddeling (met de verzekeraar) proberen tot een oplossing te komen. Let op, het is wel vereist dat u eerst de interne klachtprocedure bij de verzekeraar heeft doorlopen, voordat u zich tot de ombudsman kunt wenden.

Mocht  ook de ombudsman de klacht niet naar uw tevredenheid kunnen oplossen dan kunt u zich daarna wenden tot de Geschillencommissie KiFiD. Voor de behandeling van de klacht wordt dan wel een bijdrage gerekend van € 50. Het bedrag bent u ook verschuldigd als de commissie een uitspraak in uw voordeel doet.

Heeft u een klacht? Lees hier meer over KiFiD en hetgeen men voor kan doen.



Copyright © 2017. Hulp na Ongeval. | Ontwikkeling & Realisatie Media Vision Studios.
Hulp Na Ongeval Facebook
Hulp na Ongeval Twitter
Find us on Facebook